Mette Swaene

Inleiding

Eind 2016 werd ik benaderd door Chantal Heijdeman; of ik samen met een andere pianiste, Mariëtte Hehakaya beurtelings een euritmiegroep muzikaal wilde begeleiden in aanloop naar uitvoeringen later in het jaar. Zij had al wat langer met de groep gerepeteerd maar men wilde gezien het aantal uitvoeringen wat verwacht werd graag een tweede pianist er bij. Nu heb ik al veel gedaan maar nog nooit euritmie begeleid. Ik ken zelf de euritmie nog uit mijn tijd op de Vrije School (euritmie is tenslotte voornamelijk een antroposofische bezigheid). Dat was dan voornamelijk bewegingen maken met je armen, daar letters en woorden mee vormen, wat lopen in patronen… Dat is in ieder geval wat me is bijgebleven. Ik was ik benieuwd of mijn herinnering na ruim 45 jaar bevestigd of bijgesteld zou worden als ik mee zou werken aan de voorstelling “Mette Swaene”, naar het sprookje “De zes zwanen” van de gebroeders Grimm. Nu, bijna een jaar later, en de meeste voorstellingen inmiddels achter de rug, kan ik zeggen dat het beeld wat ik had van de euritmie is bijgesteld. De bewegingen zijn expressief en vanuit het gevoel gemaakt, niet vanuit het verstand. Het hele proces van het tot stand komen van de voorstelling als geheel is vooral een emotionele evolutie geweest, een ontwikkeling vanuit het gevoel, niet vanuit een vooropgezet idee maar constant onderhevig aan verandering. Het is een mooi geheel geworden van muziek, poëzie en euritmie.

Wat is euritmie?

Chantal Heijdeman

Omdat de meeste niet-antroposofen geen idee hebben wat euritmie precies inhoud eerst even een omschrijving.

Volgens de Wikipedia (ik citeer):

Euritmie (Duits: Eurythmie, gr.: harmonische beweging of: mooie beweging) is een expressieve danskunst, die in het begin van de twintigste eeuw (circa 1908 – 1925) in Duitsland en Zwitserland in de kringen rond Rudolf Steiner, de grondlegger van de antroposofie, ontstond.

Euritmie wordt beoefend als zelfstandige kunstvorm maar ook als onderdeel van omvattender podiumpresentaties. Gecombineerd met geneeskundige kennis wordt euritmie ook bij therapeutische processen ingezet. Op vrije scholen is euritmie opgenomen in het algemene onderwijsprogramma.

Deze omschrijving is redelijk accuraat hoewel ik het zelf niet zozeer danskunst maar eerder bewegingskunst zou willen noemen. Tegelijk wordt er voorbijgegaan aan de essentie van euritmie. Zo wordt er niet alleen muzikale beleving in uitgedrukt maar ook taal en het karakter van woorden, woordklanken. In het Russisch zal hetzelfde verhaal waarschijnlijk heel anders uitgebeeld worden.

Toen ik aan Chantal vroeg wat euritmie nou precies inhield zei ze dat dat misschien wel de moeilijkste vraag is van alle vragen die je hierover kunt stellen. Zij zelf omschrijft het als volgt:

Euritmische beweging is een prachtige hulp om het beste in jezelf te vinden en naar buiten te laten stralen. Zij put uit de bronnen van ons menszijn: de kracht van taal en de puurheid van muziek. Zo voel je je verbonden met jezelf, met de spirituele wereld waar de taal en muziek hun oorsprong vinden en met je directe omgeving. Door dagelijkse beoefening groeit je waarneming en je innerlijke bewegelijkheid.

De ontstaansgeschiedenis

Het idee voor de voorstelling werd geboren toen Chantal op een avond na een euritmieuitvoering naar huis ging en over de brug bij Nijmegen reed. Een schitterende wolkenlucht kleurde de avondhemel en uit de autoradio klonk een deel uit de opera Lohengrin van Richard Wagner. Op de vriendenavond van de projectgroep heeft Ondine, een van de euritmistes uit de groep, het veel mooier verteld dan ik dat zou kunnen. Vandaar hiernaast de tekst zoals zij die heeft voorgedragen. Daar staat bovendien nog meer achtergrondinformatie in over de gedichten en de flyer. Klik op de afbeelding hiernaast om deze te lezen.

Wagners opera Lohengrin, oftewel de Zwanenridder, is gebaseerd op de Duitse Arthurlegende. Lohengrin is de zoon van Parzival en ridder van de ronde tafel en de heilige graal. In Wagners versie wordt Lohengrin ten tonele gevoerd in een boot, voortgetrokken door zwanen. Op zijn beurt lijkt dit verhaal weer gebaseerd op de Nederlandse Sagen waarin het verhaal van de zwanenridder Elias Lohengrin die hulp biedt waar dat nodig is, in de buurt van Nijmegen gesitueerd wordt. Dit lijkt gestaafd te worden door de historische gebeurtenissen die zich rond 715 afspeelden. Voor meer historische achtergrondinformatie klik hier

Het sprookje

De gebroeders Grimm

Uitgangspunt van de voorstelling is het sprookje “De zes zwanen”, opgetekend en verteld door de Gebroeders Grimm. Jacob Ludwig Karl Grimm (1785-1863) was jurist en taal- en letterkundige. Samen met zijn jongere broer Wilhelm Grimm (1786-1859) verzamelde hij in het begin van de 19e eeuw veel voornamelijk Duitse volksvertellingen. Die werden in de periode 1812-1857 gepubliceerd onder de titel Kinder- und Hausmärchen. In iedere herdruk werden er sprookjes toegevoegd dan wel gewijzigd.

Het sprookje gaat over een prinses met zes broers. De broers worden door de boze stiefmoeder veranderd in zwanen. Om de betovering te verbreken moet het meisje gedurende zes jaar zwijgen en in die tijd zes hemden maken van asters. Zoals het in goede sprookjes gebruikelijk is wordt het meisje ontdekt door de jagers van een koning die verliefd wordt op haar (omdat zij uiteraard van binnen net zo mooi is als van buiten) en haar tot zijn koningin maakt. Echter heeft deze koning een boze moeder (geen stiefmoeder dus!) die de kersverse koningin van hekserij beticht waarna het meisje tot de brandstapel veroordeeld wordt. Op het moment dat het vuur zal worden aangestoken echter, zijn de 6 jaren voorbij en de hemden gereed op één mouw na. De zwanen verschijnen en het meisje gooit de hemden over hen heen. De betovering wordt verbroken en haar broers nemen weer hun menselijke gestalte aan. Iedereen blij, de boze moeder wordt verbrand en ze leefden nog lang en gelukkig. Eind goed al goed dus.

Voor de volledige tekst van het sprookje kun je hier klikken.

Hans Christian Anderson

Ook Hans Christian Andersen (1805-1875) heeft de vertelling later als sprookje opgenomen onder de naam “De wilde zwanen”. Hoewel de verhaallijn overeenkomt en de essentie dezelfde is zijn er toch grote verschillen. Zo is de omgeving waarin het verhaal zich afspeelt verschillend, zijn er geen 6 maar liefst 11 broers, moeten de hemden niet gemaakt worden van asters maar van brandnetels, en zo zijn er nog heel veel andere details die bij Andersen veel dramatischer en vaak gruwelijker zijn dan bij de gebroeders Grimm.

De voorstelling

De voorstelling bestaat uit twee delen en is zoals gezegd een geheel van poëzie, beweging, euritmie, muziek. Dit alles vanuit de antroposofische gedachte samengesteld. In het eerste deel wordt het verhaal niet als sprookje verteld maar op een bijna abstracte manier de symboliek van het sprookje uitgebeeld. Dit in de vorm van gedichten, euritmie en muziek die aansluiten bij de 3 fases van het sprookje:

eenheidsbeleven – uiteenvallen – verbinding

De gedichten zijn van onder andere Hans Andreus, Vasalis en Ida Gerhardt, voorgedragen door Manjo Joosten. Het geheel wordt uitgebeeld door de Eurythmie Projectgroep Zutphen. De muziek waarop bewogen/gedanst wordt is van Rameau, gespeeld bij toerbeurt op piano door Mariëtte Hehakaya of mijzelf.
In het tweede deel van de voorstelling wordt het sprookje zelf voorgedragen en uitgebeeld, hierbij begeleid door harpimprovisatie, gespeeld door Antoine Theunissen. Dit gedeelte wordt ook zelfstandig opgevoerd als kindervoorstelling.

De mensen achter de voorstelling

Euritmie Projektgroep Zutphen

De initiatiefneemster tot de Euritmie Projektgroep Zutphen is Ondine Gordijn. De groep bestaat uit enthousiaste euritmieliefhebbers, die o.l.v. Chantal Heijdeman en Ondine Gordijn (euritmiste), iedere anderhalf tot twee jaar een project uitwerken.

In de aanloop/oefenperiode wordt er sterk onderzoekend gewerkt. Daarbij worden de ervaringen, ideeën en vragen van iedere deelnemer meegenomen in het creatieve- en oefenproces. Zo ontstaan ideeën eerder vanuit evaluatie dan vanuit een vooropgezet plan.

Gedurende de hele periode is er veel aandacht voor oefening en scholing van het euritmische “instrument” en aanleg en verdieping van de euritmische elementen.

Bijzonder aan deze voorstelling zijn de marionetten en handpoppen, gemaakt door Christine Ellis, een van de leden van de groep.

Voor mensen die eventueel geïnteresseerd zijn in het beoefenen van euritmie zijn er verschillende mogelijkheden tot het volgen van cursussen. Meer informatie hierover kunt u verkrijgen bij Ondine Gordijn of door te klikken op bijgaande link Informatietekst Euritmie Projektgroep Zutphen

Chantal Heijdeman

Drijvende kracht achter deze productie is Chantal Heijdeman (Master of Arts of Eurithmie, en regisseuse) die ook de algehele leiding in handen heeft. Zij heeft in 2006 de stichting Uit Eigen Beweging opgericht. Chantal is euritmiste. Zij heeft haar opleiding gedaan bij E. Zuccoli in Bonn. Haar master heeft ze in Bonn behaald bij de Performing Arts. Zij heeft onder meer gedanst bij het Goetheanum Ensemble in Dornach.

Manjo Joosten

De gedichten en het verhaal worden verteld door Manjo Joosten. Toen ik hem vroeg naar hoe ik het beste kon omschrijven wat hij doet zei hij voordrachtskunstenaar en verteller. Manjo heeft gestudeerd aan de Academie voor expressie door woord en gebaar in Utrecht en aan de Alanushochschule für Sprachgestalting und Schauspiel in Bonn. Naast zijn deelname aan verschillende literaire projecten, heeft hij ook verschillende soloprogramma’s op zijn naam staan.

v.l.n.r. Jurrien Zaagman, Mariëtte Hehakaya en Antoine Theunissen

De musici zijn Mariëtte Hehakaya, (pianiste, repetitor en docent) en ikzelf, bij toerbeurt op piano, en Antoine Theunissen op harp. Antoine speelt niet alleen op de harp, hij bouwt ze ook nog, en is volgens eigen zeggen de enige in Nederland die op een chromatische kan spelen.

Playlist

Alle voorstellingen zijn inmiddels voorbij

Bronvermelding

Naast de nodige informatie uit de onontbeerlijke Wikipedia en diverse andere internetbronnen, heb ik gesprekken gevoerd met Chantal Heijdeman, Manjo Joosten en anderen.

Een reactie plaatsen